Vandaag belandden we door een frisse wind in de Koningin der Badsteden. Het plan was de traditie 'zeetje en bootjes kijken' met wat cultuur te combineren. Want Oostende voert op het vlak van kunst en cultuur een verfrissend beleid met regelmatig goede initiatieven.
Zo hadden we ooit ook opgevangen dat een aantal interessante collecties van beeldende kunst die vroeger op verschillende plekken resideerden, waren samengebracht op één locatie: Mu.ZEE. Een leuke naam, een goed logo (wel de mosterd op
de juiste plek gehaald) en interessante affichage. Op de wat
archaïsche website die we voordien hadden gechecked, bleek er een overweldigende hoeveelheid belangrijke moderne en hedendaagse Belgische kunstenaars te bekijken: Ensors, Spilliaerts, Permekes, Panamarenko's, Peires, Tuymansen, Alechynski's en consoorten per lopende meter. Dus verhoopten we het beste.
Het museum is ondergebracht in het voormalig
PMMK, een gebouw van
Gaston Eysselinck uit 1947 dat eerst 40 jaar een grootwarenhuis was en daarvoor vakkundig werd ontworpen.
Ondanks de pretentie (en het potentieel) van Mu.ZEE, werd na de ingang al snel duidelijk dat dit geen meevaller zou worden. Een wat suffe suppoost van het oertype bediende tergend traag een hypermoderne kassa en rekende een niet erg democratische (tenzij voor een topmuseum) 9 EUR per volwassen bezoeker aan. Kinderen mochten gratis binnen, maar ter compensatie moesten we dan wel een collega suppoost verdragen die ons 'discreet' maar daarom niet minder storend op de voet volgde: een van de kinderen wist ons fluisterend te vertellen dat 'die mevrouw' precies met een elastiek aan haar vast hing.
Het werd ons ook snel duidelijk dat het gebouw, op een aantal ruimtes na, eigenlijk niet zo geschikt is als museum. Vele zalen hebben te lage plafonds en de verlichting is schabouwelijk. Daarnaast is het ontmoedigend te moeten vaststellen dat de indrukwekkende collectie onoordeelkundig en met een compleet gebrek aan inventiviteit wordt gepresenteerd. Er hangt zo veel moois op de foute plek dat je er bijna baldadig van wordt. En daar kunnen wat door de expositie verspreide koptelefoons met muziek, info en te korte kabels niks aan verhelpen. De teleurstelling was zo groot dat de beperkte, ondoordachte en stoffige museumshop een openbaring leek op het einde van ons traject, en dat ik de opmerking 'mijn criterium is dat het, als je het zelf kan maken, geen kunst is.' voor één keer ootmoedig gedoogde. Het aanpalende museumcafé had trouwens zulk hoog jaren '70 stationscafetaria-gehalte dat we zelfs niet opteerden om deze tegenslag rustig en met wat drank te verwerken...
Zonde.
Zolang kinderen er ongewild zijn, goed werk er slecht wordt gebracht en dat er niet over kijkersbeleving wordt nagedacht, zal dit museum het provinciale niveau niet overstijgen. En ondermijnt het
al het goede werk in de periferie ervan.
Zolang er zo laks met kunst wordt omgegaan, kan de inbedding van cultuur in het dagelijkse leven niet succesvol zijn. Dan dient ze enkel als schaamlapje voor een beleid dat het in wezen onbelangrijk vindt.
Ondertussen vervaagt het geheugen, zal er van 'herinningen' snel niet veel sprake meer zijn en rukt een nuanceloos gedachtengoed lustig op.