De Kinepolis Group kwam deze maand ter sprake op een paar bekende blogs. Aanleiding was de oprichting van een Facebook groep die z'n gal uitspuwde over een aantal zaken die typisch zijn aan de hele Kinepolis beleving. En daarom wilde Kinepolis wel 's dialogeren met al die digiboys en -girls. An sich een mooi initiatief.
Ik was er zelf niet bij, maar de verslagen erover wekten m'n aandacht en daarom bezocht ik gisteren nog 's hun vestiging in Antwerpen om eea met eigen ogen te bekijken. Dat was heel lang geleden (te veel drempels: publiek als vee, uitrijden na parkeren als nachtmerrie, ...) maar nu diende zich een goede gelegenheid aan: Mickey Rourke in 'The Wrestler' van Darren Aronofsky.
Rourke speelt (ook letterlijk) de rol van zijn leven in deze eenvoudige maar klassieke tragedie en het zal zeer waarschijnlijk tussen hem gaan en Sean Penn (in 'Milk' van Gus Van Sant) voor de Oscars dit jaar. Daarom wil ik Milk ook absoluut gaan bekijken: ik zie liever met eigen ogen welke van deze twee topacteurs de beste prestatie neerzet, want de Academy bewees al vaker dat ze niet noodzakelijk de juiste criteria hanteert bij het kiezen van haar winnaars...
Liefst zou ik dat terug in de bioscoop doen. Er is immers geen betere plek om een film te zien: echte feature films worden voor deze schermgrootte gemaakt en daar kan geen megasize flatscreen tegen op. Het is ook de enige plaats waar een close-up écht close is. Waar je mensen kan kijken en er echt 's tussenuit bent... Wanneer dat nog 's zal zijn, weet ik echter niet: home cinema is veel makkelijker en comfortabeler, tot geluid toe.
Er is dus stevige concurrentie. Ik heb nochtans de indruk dat Kinepolis daar zeer bewust mee bezig is. Ze proberen van een avondje uit in één van hun 'flagship stores' een unieke belevenis te maken en een heleboel (voor)oordelen te counteren wanneer iemand er binnenstapt: goed en doordacht zitcomfort, een goede geluids- en beeldkwaliteit (eens alles uiteindelijk begonnen is), een reservatiesysteem met genummerde seats (slechte interface aan de check-in boots, nochtans) en een slim functioneel en commercieël traject voor je de zaal bereikt.
Maar je ziet ook dat tijd en rigoureuze budgetcontrole hun werk beginnen te doen. Ondanks de enorme know-how die de groep sinds haar bestaan heeft opgebouwd en toegepast, is de uitbreiding van hun side-businesses niet echt geïntegreerd. Alles ziet er ook -hoewel clever en zeer kostenbewust ontworpen- zo cheapo en afgeleefd uit. Kortom, de kwaliteit van het design is om te van huilen.
Ik kan me goed inbeelden waarom dat allemaal zo is. Anderzijds vraag ik me af: wat als er bij elke nieuwe inplanting telkens tijdloze landmark architectuur en binnenhuisontwerp wordt nagestreefd ipv hoogroterende 'postmoderne' mainstream? Want dat komt qua investering niet duurder uit. Bewijzen genoeg daarvan.
Topkwaliteit total experience design, dat lijkt me nodig. En een goed ingevulde claim waarmee zo'n verhaal op alle vlakken kan uitgedragen worden, natuurlijk. En dan? Dan betaal je met plezier de toegangsprijs. En volgt het hele sociale web vanzelf.
Onderstaand trouwens een stukje uit de film die tot inspiratie diende voor het Antwerpse complex. Een mooie motivatie om er ook iets moois van te maken: van 'experience' wisten ze toen ook al eea af...