Enerzijds doen we niets liever dan dicht bij elkaar kruipen. We zijn een sociaal soortje uit de klasse der zoogdieren. 't Is dan ook niet verwonderlijk dat velen hun geluk en prestige ontlenen aan de mate waarop zij deel uitmaken van een of andere clan en hun status daarin. Het bestaat sinds de tijden dat een groep nog uit een kop of 35 bestond, bang in lege landschappen rondtrok op zoek naar voedsel, uit angst vocht tegen andere groepen en 's nachts in een schuilplek heel dicht tegen elkaar aanschurkte. Met alle ongelukjes vandien. Het is instinct. Het is spannend. Het is organisch en gezond. Het is primitief. Zo groeien we.
Anderzijds zoeken we allemaal steeds schaarsere ruimte. En als dat niet meer fysiek kan, dan maar in het hoofd. We abstraheren het clangevoel, gaan we de wijde (web)wereld in en vergroten onze groep. We kennen iedereen bij naam, koosnaam, van een gepixelde thumbnail. We kennen hun tone of voice. Hun verjaardag. En nog wat dingen. We weten echter meestal niet hoe ze ruiken, spreken, bewegen, aanvoelen, er op verschillende momenten uitzien, etc. Maar daar passen ze nog wel een mouw aan, wordt gefluisterd. Of niet. Want we zijn ook gelukkig. Het verandert ons perspectief: we ontdekken dat iedereen in al zijn verschillen heel gelijkend is. En uiteindelijk aanvaarden we de wereld als één grote groep. Die met elkaar overweg kan, zonder status, zonder ongelukjes. Dat is rede. Dat is beschaafd. Dat is wat saai en synthetisch. Maar ook gezond. Want zo bloeien we.
Ja, de mens is een raar wezen...
In ieder geval:
Mogen we blijven groeien en bloeien. Da's mijn wens voor 't volgende jaar.